En God zei: “Jona, ga naar Kos”

Schrijven… vaak zijn het de gewone dingen van het leven die je inspireren tot schrijven. Zo ben ik vandaag drie uur bezig geweest om een nieuwe accu te bestellen voor mijn laptop. Bij de zoveelste medewerker kwam de stoom uit mijn oren. Wat is het dan heerlijk om alles van je af te kunnen schrijven. Zoals ik vandaag deed in deze moderne versie van Jona:

Eens richtte de Heer zich tot Jona, de zoon van Amittai: “Maak je gereed en ga naar Kos, dat eiland waar al die vluchtelingen aanspoelen, en verkondig daar Mijn boodschap van heil.” En Jona maakte zich gereed, maar vluchtte weg naar Schiphol en vond er een vliegtuig met bestemming  Los Angeles. Daarna richtte de Heer zich tot Jona: “Moet ik je herinneren aan de vorige keer met die vis, Jona? Wil je soms dat dit vliegtuig neerstort?” Toen begon Jona te bidden tot de Heer, zijn God: “Mijn geloften los ik in: Het is de Heer die redt!” Daarop zei de Heer: “Maak je gereed en ga naar Kos, dat eiland vol vluchtelingen, om haar de woorden over te brengen die ik je zeg.” En Jona maakte zich gereed en ging naar Kos, zoals de Heer hem had opgedragen.

Kos was een prachtig eiland, maar het was bezaaid met vluchtelingen. Ook waren er talloze hulpverleners die de mensen water en voedsel aanboden, schoeisel en kleding. Jona trok over de stranden en riep: “De Heer redt. Uw lichaam is gered uit het water, maar laat nu ook uw ziel redden door Gods grote liefde!” De aangespoelde vluchtelingen geloofden God en ze riepen het vol dank uit tot Hem.  Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. Hij bad tot de Heer: “Ach Heer, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Los Angeles vluchten. Ik wist het wel! Deze mensen komen hier om economische redenen heen gevlucht. Ze willen er alleen maar beter van worden. Ze ondermijnen ons sociale stelsel en storten ons in armoede. En nu willen ze ook nog van uw genade profiteren. Laat mij maar sterven, Heer, ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.” Maar de Heer zei: “Is het terecht dat je zo kwaad bent?”

Nadat Jona het strand had verlaten, was hij aan de rand van de stad gaan zitten. Hij had een hut gemaakt om in alle rust een verslag te schrijven van deze zendingsreis. De Heer had Jona gezegend met gulle donateurs zodat hij onlangs een prachtige laptop had kunnen kopen voor dit soort dingen. Jona was opgetogen over zijn laptop. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, bleek de accu niet meer te werken. En toen de zon opkwam, begaf ook zijn beeldscherm het door de hitte.  Toen bad Jona om te mogen sterven: “Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.” Maar God zei tegen Jona: “Is het terecht dat je zo kwaad bent over die laptop?” Jona antwoordde: “Ik ben verschrikkelijk gefrustreerd en kwaad, en terecht!” Toen zei de Heer: “Als jij al verdriet hebt over die laptop, waar je het geld zomaar voor hebt gekregen, zou ik dan geen verdriet mogen hebben over zestig miljoen vluchtelingen die geen cent hebben om in hun levensonderhoud te voorzien?”

 

 

Laat wat van je horen

*