Geloofsopvoeding en kindertheologie

Het was leuk, die Leven en Geloven-beurs in Utrecht, dit weekend. Vooraf had ik een stevige planning gemaakt van alle workshops die ik wilde volgen en zo ging ik goed voorbereid op pad. Mijn lijstje:

Oké, de praktijk is weerbarstig: de laatste workshop heb ik overgeslagen. Aanstaande zaterdag ga ik naar Kerk2013, en daar komen dit soort thema’s de hele dag aan bod. Dat verslag houd je tegoed!

Het waren stuk voor stuk interessante workshops, maar de kans is groot dat jij er niet bij was (bij workshop 3 zat ik bijvoorbeeld helemaal in mijn eentje!). Omdat het mij inspireerde, wil ik jou er ook graag mee inspireren. De komende week wil ik je een korte samenvatting geven van de bovengenoemde workshops. Ik begin gewoon bovenaan!

Kindertheologie

Ik had nog nooit van het Netwerk Kindertheologie gehoord, maar ik sprak met Johan Valstar, die aan de geboorte van dit netwerk stond. “In Duitsland zijn er vele theologen die zich specifiek bezighouden met kindertheologie, in Nederland moet je alle beetjes bij elkaar schrapen om misschien aan één theoloog te komen”, zei hij.

Maar wat is kindertheologie eigenlijk? Op Verwonderen en Ontdekken vind je veel columns van Johan die een uitgebreid antwoord geven, maar zijn vrouw Gerda Valstar-Nieuwenhuisen illustreerde het in haar workshop met een voorbeeld:

“Het was een mooie dag, we reden in de auto en ons autodak was opengedraaid. Ineens stond ons zoontje op van de achterbank, stak zijn hoofd naar buiten en riep hard: “Jezus?! Jezus?!” Onze eerste reactie: ga zitten, doe niet zo gevaarlijk! Maar ons zoontje zei: “Is Jezus er soms niet? Waarom zegt Hij niks terug als ik Hem roep?” Bedenk dan maar eens ter plekke een antwoord! We hebben iets gezegd als dat Jezus op allerlei manieren spreekt, maar niet zoals jij en ik. Maar we hadden ook kunnen vragen: Wat wilde je eigenlijk aan Jezus vragen? Of: Waarom denk je zelf dat je niks hoorde? Kinderen hebben daar ideeën over. Begin dáár.”

Volgens Gerda hangen veel vragen samen met basisthema’s die alle kinderen bezighouden, zoals:

  • Wie zorgt voor mij? (Basic trust)
  • Wie heeft alles gemaakt? Wie ben ik? Iedereen hoort erbij! (Identiteit)
  • Lief en stout, wat mag wel en niet, krijg ik straf als ik iets fout doe of mag ik opnieuw beginnen? (Ethiek)
  • Eerlijk delen
  • Wat is waar? (betrouwbaarheid)
  • Waarom gaan mensen dood? (Zin van het leven)
  • Feesten

Gerda: “Denk vooraf na over deze vragen, zodat je niet schrikt als je kind deze vragen stelt. Geef kinderen juist de ruimte om in gesprek te gaan over hun vragen. “Hoe kan het dat ik Jezus roep en Hij antwoordt niet? Waarom is dit wél recht en dát niet? Waar zit mijn ziel?” Het betekent niet dat kinderen niet in God geloven, als ze zulke  vragen stellen. Moedig ze juist aan om hun eigen ideeën te uiten. Vraag door, kom erachter wat ze echt bedoelen. Zeg niet direct dat het niet klopt. Begin niet met jouw theologie, maar eindig ermee.”

Om het verschil te illustreren, gebruikte ze een ballon. “Wij willen onze kinderen onze theologie meegeven. Het is als een ballon die wij hebben vol geblazen met onze lucht. Maar als je jouw ballon in de rugzak van je kind stopt, is zijn rugzak al helemaal vol. Er is geen ruimte voor zijn eigen ballon. Beter is het, om zijn ballon wat voor te bewerken, waardoor die soepeler wordt, maar je kind wel zijn eigen ballon kan vullen in het leven.”

Meer over kindertheologie:

  1. Centrum voor Levensbeschouwing
  2. Verwonderen en ontdekken
  3. Artikel in Trouw