Transitie en thuiskerk

MishandelingKindermishandeling komt in de kerk net zo vaak voor als daarbuiten. Dat hoorde ik Maria Vermeulen, preventiemedewerker bij de Stichting Gereformeerde Jeugdhulp (SGJ) gisteravond zeggen in een radio-interview. “Nee hè!” dacht ik. “In de kerk zou dat toch anders moeten zijn?” Ik was onderweg naar een verjaardag en hoorde het interview op Groot Nieuws Radio. Omdat ik juist afgelopen week bezig was geweest met een artikel over kindermishandeling was mijn aandacht direct getrokken.

118.000 kinderen per jaar zijn het slachtoffer van kindermishandeling, vertelde mevrouw Vermeulen. “En denk dan niet alleen aan ouders die hun kinderen lichamelijk aftuigen, want dat vormt maar het kleinste deel. Kindermishandeling is veel minder ver-van-ons-bed. Ook emotionele verwaarlozing of een vechtscheiding zijn vormen van kindermishandeling”, zei ze. “Het gaat bovendien vaak om mensen die goede ouders willen zijn en die echt van hun kinderen houden. Ze zijn alleen door omstandigheden niet in staat hun kinderen te geven wat ze nodig hebben. Door psychische problemen bijvoorbeeld, of doordat hun kinderen gedragsproblemen hebben, of door onvoldoende steun in de omgeving. En eerlijk is eerlijk, opvoeden is een hele klus.”

Netwerk

De presentator vroeg haar wat de kerk zou kunnen doen. Preventie, vooral op dat vlak was volgens mevrouw Vermeulen een grote slag te maken. Pastoraat, voorlichting, cursussen over opvoeding bijvoorbeeld in samenwerking met SGJ, Family Factory of CJG, toerusting van kerkelijk werkers; dat bood allemaal mogelijkheden. “Een kerk kan een hecht netwerk zijn. Als het lukt om in de kerk een sfeer van veiligheid te bieden waarin ouders hun moeite kunnen delen en hun vragen kunnen stellen zonder gezichtsverlies, kan er echte steun worden geboden.”

“Ja!” dacht ik. “de kerk als netwerk!” Door mijn werk voor het Centrum voor Jeugd en Gezin denk ik veel na over de komende veranderingen in de zorg, de zogenaamde transitie die vanaf 1 januari in werking gaat. Daardoor moeten mensen een veel groter beroep gaan doen op hun eigen netwerk. Probeer je problemen eerst zelf op te lossen, met hulp van vrienden, buren of anderen in je netwerk. De afgelopen tijd heb ik met verschillende mensen gesprekken gevoerd over dit onderwerp. Welke betekenis heeft deze transitie voor de kerk en welke kansen of nieuwe taken brengt die met zich mee? In een volgend blog hoop ik je daar meer over te vertellen. Het interview op de radio bepaalde me er in elk geval opnieuw bij, hoe belangrijk het is dat de kerk niet alleen een instituut is, een plek om zondag heen te gaan, maar dat het een netwerk wordt van onderlinge betrokkenheid en steun.

Thuis

vriendschapInmiddels was ik aangekomen bij het feestje. Mijn vriendin vierde haar verjaardag met een kleine groep hechte vriendinnen. Bij mijn binnenkomst stond iedereen in een kring. Niet om mij te begroeten, zo bleek al snel. Eén van de gasten had kort daarvoor verteld dat het niet goed met haar ging, hoe moeilijk ze het vond om thuis te zijn bij de kinderen, in combinatie met stress rond haar werk. En dus stonden ze nu om haar heen, letterlijk en figuurlijk. Om te luisteren, te bemoedigen, een zakdoek aan te dragen, ervaringen te delen en voor haar te bidden.

“Dit is dus dat netwerk!” schoot het door me heen. “Dit is kerk-zijn zonder gezichtsverlies.” Bij zo’n kerk wil ik horen. Dit is ‘thuis’zijn! En als dat het bijeffect kan zijn van de komende transitie, dan bid ik daarvoor. Laat die transitie dan maar snel komen!

Reacties

  1. Marieke zegt:

    Maar hoe doe je dat dan? Wat hebben mensen nodig om eerlijk te zijn over hun draagkracht als ouder? Hoe is dat bij mensen die deel uitmaken van een kerkgemeenschap? Is dat anders? Op de één of andere manier heb ik het idee dat het in de kerk meer taboe is dan daarbuiten. Klopt dat beeld?

Laat wat van je horen

*