Wat like jij @kerk online?

Gisteravond was ik op een thema-avond over Social Media en Kerk-zijn, georganiseerd door protestantse gemeente De Stroom in ons dorp.

Wat viel op:

  • Er waren weinig mensen (15? 20?)
  • Er waren geen jongeren (die via Facebook wel waren uitgenodigd. Mensen onder de 40 jaar: 3 (voornamelijk jeugdleiders)
  • Er was veel achterdocht tegenover de social media.

De avond werd geleid door Jelle Maranus uit Moordrecht en ds. Erik Schipper uit Dordrecht.

Het is een onderwerp wat me mateloos boeit, en ik volg dan ook al geruime tijd Wouter van der Toorn met zijn Creatov en Jan Willem Bosman van Agapè/Jesus Net. Omdat ik nog maar weinig thema-avonden over dit onderwerp ben tegen gekomen, ging ik er dus vol verwachting naar toe.

Na een Twitter-openingsgebed in 140 tekens gaf Jelle korte uitleg over Social Media. Hoe werken ze eigenlijk? Hij benadrukte het grote  voordeel van de interactie. Dat is helemaal van deze tijd: Nederlanders geven graag hun mening over alles, maar negeren andere informatie liever. De Social Media blinken in beide mogelijkheden uit.

Nederlanders urenlang op Social Media

Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders iedere dag gemiddeld 1 uur actief zijn op de Social Media – alleen al via hun smartphone! Daarbij wordt in bijna alle gevallen Facebook gebruikt.

tijdsbesteding social media kerkNederlanders brengen verreweg het langst door op Facebook: in 2012 ruim 43 miljoen uur per maand. Facebook is met 7,9 miljoen gebruikers het grootst in Nederland. Van hen maken er 5 miljoen dagelijks gebruik van. Momenteel gebruikt 60 procent van de Nederlanders Facebook. Niet voor niets kreeg Facebook deze avond dan ook de meeste aandacht.

YouTube is qua gebruikers het tweede platform van Nederland: 7,1 miljoen mensen maken er gebruik van. In 2013 gebruikt 54 procent van de Nederlanders YouTube. In 2013 maakt 3,3 miljoen Nederlanders gebruik van Twitter (Bron)

En dan zijn er nog Twitter, Pinterest, Instagram, LinkedIn, Tumblr enzovoort, waarop veel Nederlanders actief zijn.

Praten over christen-zijn

De Social Media zijn een gegeven. Dat bleek ook uit het filmpje  ‘Social media, de nieuwe realiteit’ (inderdaad, van YouTube), dat door Jelle werd getoond. Een uitspraak die mij prikkelde in dit filmpje was: “Generatie Y is groter dan de babyboom-generatie. 96% daarvan maakt gebruik van social media. Stel je eens voor dat ze het hebben over jouw product!”

Oké, ‘christen-zijn’ is natuurlijk geen product, maar het is wél iets waar je over kunt praten. Bovendien wordt er meer waarde gehecht aan wat vrienden online zeggen dan wat dure marketingcampagnes beweren. De ideale kans om het nieuws over Jezus bekend te maken, zou ik zeggen! Bovendien: God zoekt mensen op waar zij zijn. Hij kwam in Zijn Zoon naar ons toe. Wij zouden de mensen ook moeten opzoeken waar ze zijn. En waar zijn ze? Online!

Achterdocht

Maar wat gisteren opviel, was de hardnekkige achterdocht tegen het gebruik van social media. “Waarom denk je dat Facebook nog altijd gratis is? Omdat al onze gegevens worden doorverkocht!” zei iemand. Hij had daar bovendien zelf ervaring mee. Een paar jaar geleden meldde het journaal dat er plannen waren om een kerncentrale te bouwen op de maan. Hij was het daar niet mee eens en twitterde ‘kunnen ze niet beginnen met een paar zonpanelen op een schuurtje?’ Binnen enkele uren werd hij gevolgd door een leverancier van zonnepanelen uit Zwolle!

Een ander zei: “Het gebeurt zomaar, dat Facebook de privacyinstellingen verandert, zonder dat daaraan bekendheid wordt gegeven. Ik ben op mijn hoede met wat ik zeg.” Zelfs aan het eind van de avond, toen werd gevraagd of mensen anders waren gaan denken over Social Media, werd gezegd: “Ik was achterdochtig, en dat ben ik nog steeds.”

Volgens Erik Schipper zijn er drie reacties:

  • Er zijn christenen die zich vasthouden aan het ‘gij geheel anders’. De wereld is het kwaad, dus houden zij zich ver van alle wereldse ontwikkelingen zoals internet en social media. Ook als dat betekent dat zij soms een beetje wereldvreemd worden.
  • Dan zijn er christenen die alle ontwikkelingen volledig omarmen. Ze zijn immers ‘niet van de wereld, maar er wel middenin’. Zij storten zich zonder voorbehoud in alle online-mogelijkheden. Die zijn toch leuk?
  • Dan zijn er nog christenen die geen oordeel geven over ‘goed’ of ‘fout’, maar de social media zien als een gegeven, waarbij zij zoeken naar: wat kan ik er als gelovige mee doen?

Digitale kerk

Erik gebruikt Facebook om contact te houden met zijn gemeenteleden. “Ik krijg automatisch meldingen dat er mensen uit mijn gemeente jarig zijn. Dan is het een kleine moeite om eventjes ‘gefeliciteerd’ te tikken. Dan heb je wel weer eventjes contact. Maar het is ook makkelijk om berichtjes door te geven als ‘de catechisatie begint vanavond een kwartiertje later. Dan hoef je niet iedereen persoonlijk te bellen.” Ook krijgt hij geregeld privéberichten binnen via Facebook. Erik beseft dat maar een klein deel van zijn gemeenteleden actief is op Facebook en dat er dus ook andere middelen moeten worden ingezet om de totale gemeente te bereiken, zoals het gemeenteblad. Maar het medium biedt wel pastorale mogelijkheden. Er zijn ook dominees die op Facebook aankondigen dat ze op een bepaald moment in het café zitten voor iedereen die zin heeft in een goed gesprek. Anderen beginnen op Twitter met een #morgengebed.

Maar over het gebruik van social media wordt vooral naar binnen gedacht, gericht op de eigen gemeenteleden. Het missionaire besef ontbreekt vaak, maar de landelijke PKN is wel een internetkerk begonnen met een eigen webpastor, Fred Omvlee. Op mijnkerk.nl wordt door de PKN geëxperimenteerd met online kerk zijn. Deze internetkerk richt zich op mensen die niet kerkgebonden zijn, maar wel iets met hun levensvragen willen doen.

Maar ook hierover klinkt weer achterdocht vanuit de zaal:

  • “Waarom moet een kerk zoiets doen? Daar zijn toch ook andere sites voor?” reageert een vrouw.
  • “Daar weet je de bron niet van”, zegt een ander. “Wie zitten daar achter? Dat je online vertelt dat er een doopdienst is,oké, maar om zomaar je twijfels en vragen online te gooien?”

Bovendien is het algemene gevoel dat het eigenlijk niet kán, online kerk zijn. Samen beleven, dat doe je door bij elkaar te zijn. Volgens Erik richt de digitale kerk zich met name op mensen die om welke reden dan ook juist niét naar de kerk willen, die het bijvoorbeeld vreselijk ouderwets vinden. “En dat is het eigenlijk ook”, zei hij zelf. Bovendien is er een substantiële groep mensen die hun relaties écht online beleven. Ook noemt hij als voorbeeld Refoweb, waar vragen worden gesteld die jongeren in hun eigen gemeenschap blijkbaar niet mogen of durven stellen.

In het filmpje ‘hoe kerken zich actief kunnen verbinden met social media’  benadrukken Eric van den Berg en Frank G. Bosman de enorme missionaire kerken van internet. Hun ideale kerk is een combinatie van online en offline community. Zij schreven twee praktische handboeken: ‘Handboek Kerk en Internet’ en ‘Handboek Kerk en Social Media’. (Die tweede staat nog steeds op mijn verlanglijstje, trouwens…)

 

En nu jouw eigen kerk

“En wat zou onze eigen kerk nou online kunnen beteken?” Met die vraag werd het laatste deel van de avond wordt ingeluid. Er worden verschillende mogelijkheden geopperd:

  • Link naar artikelen uit het gemeenteblad
  • Aankondigen van activiteiten
  • Stellingen
  • Vragenforum
  • Actuele berichten uit de media over de kerk
  • Evangelisatiefilmpjes
  • Getuigenissen, als gemeenteleden bemoedigd zijn door een Bijbeltekst of gebeurtenis
  • Dagelijkse Bijbeloverdenking
  • Blog van de dominee
  • Foto’s uit themadiensten
  • Links naar evangeliserende sites als waaromjezus.nl en dergelijke

“Je kunt ook aankondigen waar je dienst over gaat en vragen welke liederen mensen willen zingen”, oppert iemand.

Ik grinnik. Een paar maanden geleden deed Jan Smits dat ook in onze gemeente. Maar omdat hij al een paar maanden niet actief was geweest op Facebook, wilde hij zijn vraag niet direct poneren. Dus postte hij het eerst bericht: “Ik ben voor het eerst in twee maanden weer op Facebook.” Dat leverde twintig reacties op vol hartelijk welkom.

Een week daarna stelde hij de vraag waar het hem werkelijk om te doen was: “Ik ga spreken over geloofstwijfel. Welke vragen heb jij, die ik zou kunnen gebruiken?” Aantal reacties: nul komma nul! Overigens kwamen er wél reacties toen hij tijdens de preek zelf nog gelegenheid gaf om hem te sms’en (nee, de techniek in onze kerk kon nog geen tweets aan) met vragen.

 

De slotvraag

Toen kwam de slotvraag van de avond: “Wat zouden jullie posten of liken op de Facebookpagina van je kerk?” En toen viel ik stil. De hele avond had ik me in het gesprek gemengd, maar nu wist ik het even niet. Wat zou ik nou liken van mijn gemeente?

Gek, maar nu die vraag is gesteld, laat hij me niet meer los. Ik weet het namelijk niet.

Ik ga er mijn eigen like-gedrag maar eens op onderzoeken. Waarschijnlijk weet Google analytics daar al meer van dan ik!

Ondertussen ben ik benieuwd: wat zou jíj liken aan de site van je kerk of gemeente? Laat het me weten!