Home Alone – een kerstverhaal

Door Joyce de Jongh

Henriëtte Kalsman zette met een zucht haar computer aan. Ze vond het maar niks, dat beeldbellen. Waarom konden haar kinderen niet gezellig écht langskomen? Sinds dat vreselijke virus de wereld in was gekomen, was alles veranderd. Maar goed, ze moest niet zeuren. Ze had tenminste nog een computer en dat konden veel van haar leeftijdsgenoten niet zeggen. Het was een oud beestje. Toen haar man die een paar jaar geleden had aangeschaft, vond ze het maar overdreven. Wat moesten zij nou met een computer? Achteraf had hij natuurlijk gelijk gehad, ze konden niet zonder. En zeker in deze tijd niet! Ach, als hij nog maar leefde… Ze zuchtte nog eens, maar nu dieper. Toen vermande ze zich. Niet zo somber, sprak ze zichzelf streng toe. Ze ging beeldbellen met Lukas, haar zoon, en die zat niet te wachten op een zeurderige, trieste moeder. En haar kleinkinderen al helemaal niet! Ze schudde haar hoofd en trok een grimas. Vrolijk zijn, vooruit!

Toen ze een paar minuten later gezellig met haar zoon zat te praten, hoefde ze niet langer te doen alsof. Het vrolijkte haar altijd op om hem te zien en naar zijn verhalen te luisteren. En dan waren er haar kleinkinderen natuurlijk nog. Vooral Mark, de jongste van zes, had een speciaal plekje in haar hart. Dat was toch zo’n guitig mannetje!

“Hallo oma!” riep Mark enthousiast, terwijl hij voor de camera heen en weer sprong. “Hoe gaat het met u?”

Henriëtte lachte nu breeduit. “Het gaat goed met oma, hoor”, zei ze. “Maar ik mis jullie wel. Hopelijk mogen we van de regering snel weer bij elkaar op visite.”

“Wij gaan straks Home Alone kijken”, ging Mark vrolijk verder. “Die komt op televisie.”

Home Alone! Die film had Henriëtte ook vele malen met haar kinderen gekeken toen die nog kleiner waren. Jaar in, jaar uit, was het vaste prik rond Kerst. Dan kwam de film op tv en kropen ze gezellig op de bank. Wat een hilariteit! En nu keek Lukas op zijn beurt met z’n kinderen naar die film.

“Misschien ga ik zelf ook wel kijken”, zei ze tegen haar kleinzoon. “Geef me papa maar even, dan kan hij me vertellen op welke zender hij komt.”

“Oké, doei!” riep Mark en hij was alweer verdwenen.

Lukas verscheen weer voor het scherm. “De film is op betaalde tv, mam, die zender heb jij niet.”

Henriëtte zuchtte en haalde haar schouders op. “Geeft niet hoor, jongen. In mijn eentje kijken is toch niet gezellig. Dat horen we met z’n allen te doen.”

Er verscheen een denkrimpel op Lukas’ voorhoofd.

“Gaat het goed met je, mam? Je klinkt een beetje somber.”

Henriëtte wuifde het weg. Haar zoon zat niet op een sombere moeder te wachten, herinnerde ze zichzelf.

“Wel nee jongen, het gaat prima. Een beetje moe, maar dat komt vast doordat het zo vroeg donker is. Ik ga vanavond maar eens vroeg naar bed.”

Lukas knikte gerustgesteld. “Doe dat mam. En je weet het he, we houden van je.”

“En ik van jullie. Dag, lieverd!”

De verbinding werd beëindigd en het beeld van de computer werd weer egaal blauw. Henriëtte dacht even na. Was er nog iets anders wat ze moest doen op de computer, nu hij toch aanstond. Wat mailtjes versturen, misschien? Maar nee, ze had er geen zin in. Ze had niet gelogen tegen Lukas toen ze zei dat ze moe was. Maar dat kwam niet door de donkerte buiten. Het kwam door de donkerte van binnen. Het afgelopen jaar was echt lastig geweest, met die coronacrisis. Ze durfde amper haar deur meer uit, en anders verbood de regering dat wel. Home Alone, ja, zo voelde ze zich. Alleen thuis…

Ze dacht opnieuw aan de film waar ze met haar gezin altijd zoveel plezier aan had beleefd. Het huis versierd met een kerstboom en slingers, de kamer die geurde naar dennentakken en brandende kaarsen… Ze keek om zich heen. Dit jaar had ze alle slingers en kerstballen in de doos gelaten. Waarom zou ze zich uitsloven; er kwam toch niemand op bezoek. In de rest van de straat zag ze hetzelfde. Vorige jaren hingen haar buren vele vrolijke lichtjes op aan de gevel van hun huis of in de struiken, maar dit jaar was er geen lol te beleven. Ze dacht aan het brutale, slimmetje jongetje uit Home Alone dat in zijn eentje zoveel gekkigheid uithaalde. Onbewust kroop er een glimlach op haar gezicht. De dingen die hij allemaal bedacht!

En of het nu kwam door de herinnering aan het jongetje uit Home Alone of door iets anders, er begon in ieder geval een idee te borrelen in Henriette. Misschien kon zij de boel ook een beetje op stelten zetten! Met een bruuske beweging kwam ze overeind van de computerstoel en liep ze door de kamer. Waar was die doos met ballen en slingers gebleven? Ze had hem een week geleden van de zolder naar beneden gehaald, maar ze had zich nog niet toe kunnen motiveren om er iets mee te doen. Maar nu was het moment daar! Een kerstboom had ze niet gekocht, maar als ze een paar zilverkleurige slingers rond haar schemerlamp bond, gaf dat al meteen een andere sfeer. Ze schikte ook een paar rode, groene en zilverkleurige kerstballen op een schaal, rondom een grote kaars. Die kaars zou ze nooit aandoen, veel te brandgevaarlijk, maar het stond wel gezellig. Wat nog meer? Terwijl ze om zich heen keek, viel haar blik op de donkere straat buiten. Haar buren konden ook wel wat gezelligheid gebruiken, besloot ze ferm.

En zo gebeurde het dat Henriëtte van Dam, 68 jaar oud, op een koude avond in de week voor kerst, met een tas vol kerstversiering naar buiten glipte en in haar eentje aan een groots avontuur begon. Nouja, groots… voor een vrouw van haar leeftijd in elk geval wel!

Ze begon bij de heg van de buren. Daar zouden een paar slingers niet in misstaan. En nu ze toch bezig was, een paar ballen konden er ook wel bij. Toen naar het huis daarnaast. Die mensen kende ze niet zo goed, ze woonden er nog maar enkele maanden en door de coronawetgeving was ze nog niet bij hen op bezoek geweest. Hier stond geen grote heg rondom de tuin en moest ze dus voorzichtiger te werk gaan. Zo onopvallend mogelijk drapeerde ze wat slingers in de losstaande struiken. Gebruik makend van het vroege donker plaatste ze zelfs een piek bovenin een van de grootste planten. Door naar het volgende huis! Henriëtte begon er steeds meer plezier in te krijgen. Toen ze achteromkeek, zag ze het grote verschil tussen de tuinen die ze had versierd en de saaie tuinen die ze nog niet onder handen had genomen. Dit leek er toch echt meer op, dacht ze tevreden. Verbaasd over haar eigen brutaliteit, ging ze grinnikend verder. Plotseling floepte er een lamp aan. Geschrokken stond ze stil. In haar enthousiasme had ze helemaal niet meer opgelet! Toen het licht na enkele seconden automatisch weer doofde, haalde Henriëtte opgelucht adem. Ze was nog lang niet klaar!

Bijna een uur later kwam Henriëtte, koud maar ongelooflijk voldaan en energiek, weer thuis. Ze had zich moeten verschuilen voor voorbijlopende hondenuitlaters en in sommige tuinen had ze heel voorzichtig moeten doen om niet gezien te worden vanuit de grote keukenramen, maar het was haar gelukt. Haar straat was versierd, en in haar eigen woonkamer schitterden de slingers rond haar lamp haar vrolijk tegemoet. Misschien zou het toch nog een vrolijke kerst worden!

De volgende dag begon onwerkelijk. Voor haar doen was het al laat, en het duurde even voordat Henriëtte uit haar sluimering ontwaakte. Een vage herinnering aan de vorige avond drong zich aan haar op, maar wat was er ook alweer gebeurd? Toen herinnerde ze het zich weer. Met een ruk gooide ze haar dekbed open en stapte uit bed. In een paar passen stond ze bij haar raam. Daar, in de straat, zag ze het resultaat van haar avontuurlijke actie. Slingers, kerstballen, een piek, engelenhaar… wat zouden haar buren opkijken als die vandaag hun voordeur uitliepen! Een zenuwachtig gegiechel borrelde naar boven. Het was me ook wel een actie, zeg. Zoiets was toch niets voor haar! En als ze erachter zouden komen wie dit gedaan had, dan… maar wacht eens even? Wat deed die buurman daar nou? Het was de nieuwe buurman, die ene die ze nog niet goed kende. Hij was bezig haar slingers weg te halen! Ze zag hoe hij ze losrukte van de struiken en in een vuilniszak propte. Was die man soms gek geworden? Hoe durfde hij haar mooie werk teniet te doen! Ze zou…. !

Toen zuchtte ze. Ze zou helemaal niks. Wat had ze nou eigenlijk gedacht? Dat iedereen het zomaar zou accepteren dat zij hun tuin versierde? En als ze daar zo zeker van was, waarom had ze dat dat in het donker gedaan, als een stiekeme dief? Het was tenslotte hún tuin, niet de hare…

Maar toch. Het deed Henriëtte gewoon pijn om te zien hoe haar goedbedoelde kerstversiering zomaar in de vuilniszak verdween. Daar moést ze gewoon iets van zeggen! Gehaast schoot ze in haar kleren en zonder haar tanden te poetsen of zich verder te verzorgen, stapte ze de voordeur uit. Ze was nog net op tijd om de buurman bezig te zien een pluk engelenhaar uit zijn hulststruik te trekken.

“Zo buurman, haalt u de kerstversiering toch maar weer weg?” vroeg ze onschuldig. “Ik vond het juist zo gezellig.”

“Dat hebben kwajongens gedaan!” bromde de man chagerijnig. “Ik heb er niks mee te maken.”

Henriëtte deed of ze van niets wist.

“Ach… die kwajongens,” zei ze. “Maar het is toch een onschuldige grap. Vindt u het niet leuk?”

Maar de buurman was duidelijk niet in de stemming.

“Ik heb hier niet om gevraagd”, ze hij, vechtend om een slinger uit zijn liguster los te krijgen. “En ik ben niet van plan het te laten hangen. Al die onzin, ik wil het niet!”

Henriëtte wist niet goed wat ze verder tegen hem moest zeggen. Als deze stemming typerend was voor haar nieuwe buurman, dan wist ze niet of ze blij moest zijn met haar nieuwe buren.

“Nou… dan ga ik maar weer”, zei ze. Terwijl ze afdroop naar haar eigen huis, besefte ze dat ze gisteren haar eigen voortuin voorbij was gelopen. Daar moest verandering in komen en wel meteen! Ze klom de trap op naar zolder. De vorige avond had ze alle kerstversiering die beneden stond opgemaakt in de straat, dus nu moest ze nieuwe voorraad halen. Maar dat viel tegen! Ze hád geen slingers meer. Wat nu? Henriëtte keek nog een keer extra in de kasten, maar het enige wat er nog stond was een kerststalletje. Dat zou ze natuurlijk in haar tuin kunnen zetten, maar in het donker zag je daar niks van. Nee, die moest ze maar gewoon op tafel zetten, binnen. Maar wat dan? Naar de winkel gaan om nog een paar slingers te halen? Misschien was er wel niks meer te koop; over twee dagen was het al kerst. En dan nog, zou ze het durven? Een mondkapje had ze wel, maar het zou waarschijnlijk enorm druk zijn in de winkel. Na maanden amper de deur uit te zijn geweest vanwege het besmettingsgevaar nam ze wel een risico om juist nu te gaan winkelen.

Even overwoog ze haar opties. Toen nam ze een besluit. Die slingers moesten er komen. Haar tuin verdiende een Christmas make-over… en die eigenwijze buurman zou ze nóg een keer laten merken dat je Kerst hoorde te vieren, met slingers en al!

Die avond sloop Henriëtte voor de tweede avond op rij naar buiten. Ze had gewacht met het versieren van haar eigen tuin tot het donker was, om te voorkomen dat haar buurman haar zou verdenken als zijn eigen tuin morgen opnieuw versierd bleek te zijn. Ze kon zelfs net als hij verbaasd reageren op de slingers in haar eigen tuin, en hem voordoen hoe hij daar op een positieve manier mee moest omgaan. Ha, dat zou hem leren!

Toen ze later die avond in bed kroop en in haar slaapkamer nog eventjes de televisie aanzette, viel ze midden in de film van Home Alone. Die werd vanavond alsnog uitgezonden op een publieke zender. Genietend bleef ze kijken. Ze was dan wel in haar eentje, maar dat kon de pret niet drukken. Met een tevreden glimlach om haar lippen viel ze in slaap, dromend van haar eigen ondeugende streken.

De volgende ochtend gooide Henriëtte met een opgewekte stemming de gordijnen open. Ze voelde zich energiek en uitgerust. Vandaag was het de dag voor kerst. Morgen vierde de hele wereld de geboorte van Jezus Christus, de Messias, de Redder van de mensheid. Wat een feest! Natúúrlijk hing je daarvoor slingers op, dacht ze toen ze haar blik door haar voortuin liet glijden. Sterker nog, de hele wereld mocht het zien en weten. Joy to the world, schoot het door haar hoofd. In de rest van de straat hingen de slingers nog keurig op hun plek. Wat was het jammer dat ze niet had kunnen meeluisteren naar de reacties van haar buren. Wat zouden ze gezegd hebben toen ze ontdekten dat er ineens kerstslingers in hun struiken en bomen hingen?

Maar… het was toch niet waar? Daar was die vervelende buurman alwéér bezig de slingers uit zijn voortuin te trekken. Hield die man dan nooit op? Net als de vorige dag, schoot ze in haar kleren en haastte ze zich de straat op.

“Ze zijn bij mij ook bezig geweest vannacht”, deed ze overdreven vrolijk, nadat ze haar buurman begroet had. “Maar ik denk dat ik het lekker laat hangen. Het is tenslotte kerst en dat is een feest om te vieren.”

De buurman gromde maar wat en ging onverstoorbaar verder met het volstoppen van de vuilniszak.

“Vindt u van niet, dan?” drong Henriëtte aan.

“Kerstmis is alleen maar één groot commercieel circus en daar doe ik niet aan mee”, snauwde hij haar toe. “Ik zit niet te wachten op slingers in mijn tuin.”

“Nou zeg!” verdedigde Henriëtte zich verbouwereerd. “Misschien dat we een beetje zijn doorgeslagen, maar ten diepste gaat het toch om Gods liefde voor mensen. Hij kwam als het ware zelf de slingers ophangen in onze duistere wereld toen Hij zijn eniggeboren zoon gaf als redder voor de wereld. Daar zaten we misschien niet op te wachten, zoals u dat noemt, maar het is toch het mooiste wat God ooit had kunnen doen.”  

“Misschien dat u nog in dat sprookje gelooft, maar ik in elk geval niet”, zei de buurman kortaf. “Het is alleen maar een zoethoudertje voor goedgelovige mensen. Niets persoonlijks tegenover u, hoor. Trouwens, op de beelden van de camera bij onze deurbel, zag ik dat u gisteravond laat nog buiten was. Heeft u niets gezien? Kwajongens die dit gedaan kunnen hebben?”

Een vurige gloed schoot omhoog naar Henriëttes wangen.

“Of ik iets gezien heb? Ehm… nee, nee…” mompelde ze beduusd. Een camera bij de deurbel. Daar had ze niet aan gedacht! Onrustig droop ze af. Een zoethoudertje, had hij gezegd. Een sprookje. Wat beeldde die man zich wel in? Opgeblazen kwal! Hij verdiende het niet eens dat zijn tuin versierd werd! Daar had ze nog wel haar geld aan uitgegeven, aan extra slingers! Wat een idioot! Zo foeterde ze in gedachten haar buurman uit, terwijl ze ondertussen bezig was een boterham te smeren en koffie te zetten voor het ontbijt. Een sprookje, pff! dacht ze opnieuw. Voordat ze aan tafel schoof, greep ze haar Bijbel uit de kast en bladerde naar het Lukasevangelie om dat zogenaamde sprookje te lezen. Niks sprookje! Dit was geschiedenis. Heilsgeschiedenis! dacht ze verontwaardigd. Terwijl ze de woorden van het kerstverhaal langzaam in zich opnam, daalde haar hartslag en kwam ze weer tot rust.

“Prijs de Here, de God van Israël. Hij heeft zijn volk bezocht en gered. Hij heeft ons een machtige Redder gestuurd uit het geslacht van zijn dienaar David, zoals Hij lang geleden door zijn heilige profeten had beloofd”, las ze.

Hij heeft ons iemand gestuurd die ons zal redden uit de handen van onze vijanden, van allen die ons haten. Hij is goed voor onze voorouders geweest. Hij heeft zijn plechtige belofte aan Abraham niet vergeten. Hij heeft ons het voorrecht gegeven Hem te dienen zonder angst, bevrijd uit de handen van onze vijanden. Wij mogen bij Hem horen en doen wat Hij zegt, heel ons leven lang.”

Iedere keer dat Henriëtte die woorden las, werd ze erdoor geraakt. Zonder angst God dienen, en haar hele leven bij Hem te horen, was dat niet haar diepste verlangen?

“En jij, kind, jij zult een profeet van de Allerhoogste God worden genoemd. Jij zult voor de Redder uitgaan om zijn volk voor te bereiden op zijn komst. Jij zult hun vertellen dat zij gered kunnen worden door de vergeving van hun zonden. Want het hart van onze God loopt over van liefde en goedheid. Een hemels licht zal op ons schijnen, zodat de mensen die in het donker en de schaduw van de dood zitten, weer kunnen zien en wij op de weg van de vrede worden gebracht.’

Henriëtte sloeg haar Bijbel dicht. Eerder die week was ze geïnspireerd door de stoutmoedige daden van een kleine jongen uit de film Home Alone, nu was het de pasgeboren Johannes die haar tot voorbeeld diende. Ook zij zou anderen vertellen over Gods liefde. Zij hart loopt over van liefde en goedheid, stond er, en zo voelde ze dat ook. Als er één moment in het jaar was om die boodschap aan anderen door te geven, dan was het wel met kerst. Zelfs als mensen die boodschap naar de prullenbak verwezen, zoals de buurman met haar slingers had gedaan, dan zou ze tóch doorgaan om het goede nieuws te verkondigen. Ze spoelde haar laatste hap brood weg met het restje koffie en begon haar schoenen aan te doen. Vandaag zou ze opnieuw naar de winkel gaan. Zelfs al zou het drukker zijn dan ooit tevoren. Bevrijd van angst, zo stond het in Lukas. Zo zou ze naar de supermarkt gaan… en naar haar buren!

Die middag klonk er in Henriëttes woonkamer sfeervolle kerstmuziek, terwijl ze aan de eettafel druk was met lijm, glitters en papier. Rondom stemmig kerstrode kartonnen vellen zette ze met een nietmachine een zilverkleurige slinger vast. Met zilverstiften schreef ze erop een boodschap:

‘Ik breng jullie goed nieuws! Kerst moeten we vieren – juist in deze tijd. Een boodschap van hoop voor de wereld. God is ons niet vergeten. Hij is met ons, Immanuël!’

Aan ieder vel maakte ze bovendien een zakje pindarotjes vast, als kleine lekkernij voor haar buren. Die had ze eerder die dag in een overvolle supermarkt gekocht. Met de lijmfles trok ze wat krullen over het vel, waarover ze vervolgens glitters strooide. Het blad van haar tafel en ook de vloer lagen al snel bezaaid met fonkelende glitters, maar Henriëtte merkte het niet, zo ging ze op in haar missie. Tegen vier uur was ze klaar. Tevreden over het resultaat keek ze naar de tien creatieve kerstgroeten die ze had gemaakt. En nu op pad!

Plotseling besefte ze dat ze dorst had. Ze had de hele middag niets gegeten of gedronken, zo druk was ze bezig geweest. Toch gunde ze zich ook nu geen tijd om rustig te gaan zitten. Ze had een boodschap te verkondigen! Voorzichtig deed ze haar kerstgroeten in een plastic tas. Daarna trok ze haar jas aan en sloeg een sjaal om. Ook haar mondkapje deed ze voor de zekerheid maar op. En nu naar de buren!

Wanneer ze op de eerste bel heeft gedrukt, voelt ze plotseling toch de zenuwen. Hoe zullen ze reageren? Datzelfde had ze zich afgevraagd toen ze de slingers in hun tuin had opgehangen. Wat een idiote actie eigenlijk, waar haalde ze het vandaan. Maar toch, de boodschap op haar rode kaarten kwam écht uit haar hart. Die ging veel verder dan een paar slingers in de struiken. En eigenlijk was het langsbrengen van deze kaarten daarom zelfs nog spannender.

Maar ze hoefde niet bezorgd te zijn. Zodra de buren opendeden en haar ondanks haar mondkapje herkenden, reageerden ze positief. Bijna bij ieder huis maakte ze wel even een praatje over het rare jaar dat ze achter de rug hadden en werd ze bedankt voor de chocolaatjes en de lieve woorden op haar kerstkaart. Bíjna bij ieder huis. Toen ze als laatste huis in de rij bij haar nieuwe buurman aanbelde, deed die niet open. Even had ze met de gedachte gespeeld zijn huis over te slaan, maar toen ze het licht in de woonkamer zag branden wist ze dat ze juist bij hem moest zijn. Sprookje of niet, God had ook hém lief. Toen hij niet opendeed, hing ze haar plastic tas maar gewoon aan de voordeur. Misschien keek hij wel via de camera bij zijn deurbel en zag hij dat zij het was. Ze vond het niet erg. Voor deze boodschap weigerde ze zich te schamen.

Veel later die avond, toen in de meeste huizen het licht was uitgedaan, maakte Henriëtte voor de laatste keer haar ronde door de straat. Zo goed en kwaad als dat ging, haalde ze in alle tuinen de slingers en kerstballen weg. In het weinige licht van de maan kon ze niet alles zien en voor het engelenhaar deed ze ook geen moeite. Dat zou de wind vanzelf een keer meenemen. Maar als mensen kerst wilden vieren, dan zouden ze zelf de slingers moeten ophangen. Dat had ze zich vanmorgen gerealiseerd toen ze het Lukasevangelie las. Zij mocht het goede nieuws verkondigen, maar mensen moesten zelf kiezen hoe ze daarop reageerden. Met het ophangen van de slingers had ze haar buren die keus eigenlijk opgedrongen, of misschien zelfs ontnomen. Maar nu had ze dat goedgemaakt, met haar rode kerstkaarten. En terwijl ze stilletjes bezig was, bad ze voor haar buren. Ook voor haar buurman, bij wie het plastic tasje aan de voordeur inmiddels was verdwenen.

Eerste kerstdag. Henriëtte had op televisie genoten van een kerstviering. Er waren opnames geweest van een kerstkoor, opgenomen in een tijd dat massale samenzang nog mocht. Ze had geluisterd naar de dominee en God gedankt voor zijn Zoon, de Redder, de Messias. Nu staat ze in de keuken een sneetje kerstbrood voor zichzelf te smeren. Door het keukenraam kijkt ze de straat in. Saai hoor, zo zonder de kerstversiering in de voortuin, denk ze. Maar… wat gebeurt daar nou, in de tuin van haar overburen? Snel, alsof het zo hoort in de week van kerst, schiet Henriëtte voor de zoveelste keer haar jas aan om zich naar buiten te haasten.

“De tuin aan het versieren?” vraagt ze nieuwsgierig, als ze haar overburen heeft begroet. Haar buurjongetje komt net voorbijrennen met een grote bos goudkleurige slingers en rent haar bijna omver. De buurman glimlacht verontschuldigend.

“Ach ja, de slingers die er van de week in hingen waren vanmorgen ineens verdwenen”, zegt hij. “En onze jongens vonden dat maar ongezellig. En bovendien, gisteren zei je nog tegen ons dat je kerst moet vieren, juist als het donker is.”

Had ze dat gezegd? Ze kon het zich niet herinneringen. Maar ja, ze had deze week wel meer dingen gedaan die ze zich nauwelijks kon voorstellen. Waar had ze ooit die moed vandaan gehaald!

Dankbaar loopt ze terug naar huis. Als ze even later achter de computer kruipt om haar zoon en zijn gezin een vrolijk kerstmis te wensen, voelt ze hoe die dankbaarheid zich in haar binnenste genesteld heeft.

“Je ziet er goed uit mam”, groet Lukas haar. “Dat vroeg naar bed gaan heeft je goed gedaan.”

Henriëtte knikt. Hij moest eens weten, denk ze. De afgelopen dagen is ze juist later gaan slapen dan ooit.

“Of is er soms wat bijzonders gebeurd?” polst Lukas, die een mysterieuze glans op zijn moeders gezicht heeft opgemerkt.

“Ach jongen”, zegt ze. “Ik woon in het saaiste straatje van het hele dorp. Wat zou er hier nou kunnen gebeuren?”

En dan breekt ze in schaterlachen uit, omdat dat nou precies de woorden zijn waarmee Home Alone ook altijd eindigde.  

Speak Your Mind

*