Waardering voor moeders


Moeder moederschap schuldgevoel
Teveel vrouwen teren op de portemonnee van hun man, aldus minister Bussemaker van onderwijs, cultuur en wetenschap in Dagblad Trouw van 11 mei jl. Ze wilde het emancipatiedebat daarmee aanzwengelen. Volgens Bussemaker moeten vrouwen zichzelf kunnen bedruipen voor het geval dat hun huwelijk strandt, dan wel voor hun zelfontplooiing of voor het moment dat hun partner werkloos raakt.

Klonk acceptabel, tot ik het vervolg las. “Vrouwen moeten ook af van dat eeuwige schuldgevoel over hun gezin. Ze zouden zich eerder schuldig moeten voelen over het feit dat de overheid zoveel in ze heeft geïnvesteerd.”

Bij die woorden werd ik – ik zal het maar eerlijk zeggen – boos. De overheid heeft in mij geïnvesteerd? Natuurlijk. Waarvoor dank. Maar zullen we dan ook even de maatschappelijke en economische waarde uitrekenen van de investering die ik doe door het opvoeden van twee zoons?

Economische waarde van huisvrouwen

Noreena Hertz (1969), econome en activiste, werd in een interview met Opzij omschreven als ‘een van de meest toonaangevende jonge denkers ter wereld’. Enerzijds pleit ze voor goede kinderopvang, en heeft ze vraagtekens bij de motivatie van vrouwen die fulltime moederen: zijn zij soms het slachtoffer van culturele verwachtingen? Maar juist deze vrouw noemt huisvrouwen en thuisblijfmoeders cruciaal voor de economie. “Hun economische waarde wordt niet in geld uitgedrukt, terwijl zij veelbetekenend zijn in de opvoeding van de toekomstige productieve werknemers. Zij worden niet betaald voor werk waar iedereen van profiteert en cruciaal is voor de economie. Dat is onwenselijk. Ik waardeer huisvrouwen enorm. Hun rol en positie worden ten onrechte ondergewaardeerd. Men heeft wel eens berekend dat hun economische bijdrage aan de maatschappij vergelijkbaar is met die van een onderwijzer en zij zouden dan ook overeenkomstig betaald moeten worden. De overheid zou voor die compensatie moeten zorgen, zodat vrouwen echt kunnen kiezen of ze de zorg voor kinderen of het huishouden willen uitbesteden.” 

Meer waardering voor – al dan niet parttime werkende – moeders graag! Wij (ja, ik identificeer mij volledig, zonder enige rancune overigens) werken ook buiten de werktijden om zonder enige financiële beloning, overuurvergoeding of weekendcompensatie. Daarbij nemen wij nog altijd het leeuwendeel van de huishoudelijke taken op ons en is het een algemeen gegeven dat bij parttime banen vaak fulltime werkzaamheden worden gedaan, maar dan in minder tijd. Wij doen hetzelfde werk als medewerkers van een kinderdagverblijf, die daar wel voor worden betaald. Maar ja, zij hebben een pedagogische opleiding gevolgd en dat moet volgens de minister worden benut. Tegelijkertijd laat onderzoek zien dat het met die pedagogische kwaliteit stukken beter kan.

Gebrek aan kwaliteit kinderopvang

Kinderen van nul tot twee jaar blijken bijvoorbeeld op een kinderdagverblijf meer gestrest dan thuis. Oud-redacteur van opvoedtijdschrift J/M en sociaal psycholoog Marilse Eerkens bestudeerde bijna alle nationale en internationale wetenschappelijke onderzoeken op het gebied van kinderopvang en schrok van de conclusies. In Intermediar vertelde zij dat de kinderdagverblijven in Nederland van matige tot slechte kwaliteit zijn. Bovendien blijkt groepsopvang een kind van nul tot twee jaar zelden te bieden wat het nodig heeft, namelijk heel goede fysieke en emotionele verzorging. Juist in die periode wordt het hersenfundament aangelegd en ontwikkelt het stresssysteem zich. Ook moet een kind zich in het eerste levensjaar veilig kunnen hechten. Kinderen die dat kunnen, doen het op sociaal-emotioneel en cognitief vlak beter dan kinderen die een onveilige band met hun ouders of verzorgers hebben.

Ook Louis Tavecchio – pedagoog en bijzonder hoogleraar Kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam – concludeert in Lof magazine dat het in Nederland stukken beter kan als het gaat om het opleidingsniveau van de leidsters, de groepsgrootte en aantal kinderen per leidster.”Een professionele omgeving waar kinderen uit verschillende leeftijden samen optrekken, is een geweldige aanvulling. Maar dan moet het wel kwaliteit hebben en daarin zetten we onvoldoende stappen. Het is belangrijk dat meer hoog opgeleiden in de opvang werken: pedagogen op wo- en hbo-niveau. Niet alleen in het management, maar ook op de groepen zelf. Zoals in een aantal Scandinavische landen gebeurt. En die worden goed betaald, zo simpel werkt het.”

Zweeds ouderschapsmodel

Het veelgeroemde Zweedse model, daar is het weer. Daarbij krijgen ouders per kind een jaar betaald ouderschapsverlof. Ouders zijn vrij om dat jaar samen te verdelen. Daarna kan ieder kind van zijn eerste verjaardag tot hij of zij zeventien wordt terecht in de kinderopvang. Gratis, en gegarandeerd plek, met begeleiding door specifiek voor de kinderopvang opgeleidde HBO’ers.

Klinkt goed, maar is het echt zo’n ideaal systeem? En bevordert het de carrièrekansen van vrouwen nu echt, zoals minister Bussemakers zo belangrijk vindt?

Nee dus, aldus een ouder artikel in de Volksrant. De meeste ouders in Zweden verdelen dat jaar ouderschapsverlof namelijk niet. Ook in Zweden geldt dat je, om je carrière optimaal op te bouwen, full-time moet werken. De meeste ouders kiezen er daarom voor om een van de partners het volledige verlof te laten opnemen. In de praktijk is dit meestal de vrouw. Niks verdeling tussen de partners! Net zoals in Nederland bestaan de meeste Zweedse gezinnen uit vader, moeder en twee (soms drie kinderen). Dat jaar verlof wordt dus, met drie kinderen al snel een periode van vier jaar. Vier jaar waarin een werknemer (lees: vrouw) niet op zijn (haar) plek zit, maar het bedrijf en de overheid wel handen vol geld kost. Ondertussen vergrijst Zweden sneller dan Nederland. Hoe dat komt? Omdat steeds meer ouders, gedwongen door het systeem, kiezen voor één, hooguit twee kinderen, om zo de schade die hun carrière ondervindt te beperken. Want – en daarin heeft onze minister gelijk – hoe langer iemand van de arbeidsmarkt af is, hoe slechter zijn carrièrekansen worden. Ik zou minister Bussemaker hierover graag eens in gesprek zien met de partners uit de ouderenzorg.

 

Schuldgevoel

Maar wat mij vooral stak was de suggestie van een schuldgevoel bij moeders. Ik ben dankbaar voor de mogelijkheden die er in Nederland zijn voor kinderopvang en parttime werk. Er zijn talloze moeders die absoluut (méér dan) parttime moeten werken omdat ze niet te genieten zijn als ze ‘alleen maar’ voor de kinderen zouden zorgen. Wij zijn daarin bevoorrecht. En ja, het zou jammer zijn om je opleiding alleen maar te gebruiken tot aan de jaren van je moederschap. Maar daarin ligt dan eerder een verantwoordelijkheid voor bedrijven, om betere bijscholingstrajecten aan te bieden voor herintreders, betoogt ook Prof. dr J.J. (Joop) Schippers.

Maar alle thuisblijvende moeders afserveren met het idee van een schuldgevoel, gaat naar mijn mening te ver. Ook oud-ChristenUnie-voorman André Rouvoet reageerde op Twitter dat Bussemaker doorschiet en vrouwen een nieuw schuldgevoel aanpraat. CDA-europarlementariër Esther de Lange zei op Twitter dat Bussemaker vrouwen handvatten moet geven in plaats van ‘er een dag voor Moederdag met de zweep’ over te gaan.

 

Moederdag

Ik heb mij het moederdagontbijt op bed vanmorgen daarom maar extra goed laten smaken. De kruimels in bed mocht ik voor mijn man laten liggen, in het kader van gedeelde arbeidsparticipatie. Vandaag deed ik eens een keertje niets. En het versierde jampotje dat ik als pennenpotje van mijn zoontje cadeau kreeg, inclusief mini-handcreme, is het komende jaar mijn trofee voor het onbekroonde moederschap. Met dank aan de minister!